Zoekwoorden
Ik schrijf onbetaald – maar met veel plezier – voor enkele goede doelen. Zoals voor Openluchttheater Cabrio in mijn woonplaats Soest. Tijdens een veel te gezellige bijeenkomst met al hun vrijwilligers raakte ik in gesprek met een aantrekkelijke blonde dame. Ze werkte als marketing manager bij een middelgroot technisch installatiebedrijf met vooral klanten in de business to business. Met een leuk gevoel voor overdrijving verzuchtte ze: “Ik word gek. Dacht ik dat we een supergoede website hadden en dan vertel je mij nu hoe belangrijk het gebruik van de juiste zoekwoorden in alle kopregels, subkopjes en platte tekst zijn. En dat ook de paginatitel, paginaomschrijving, de pagina-URL en zelfs de naam van de plaatjes zoekmachinevriendelijk moeten zijn. Da’s volgens mij specialistenwerk.” Met een biertje in mijn hand antwoordde ik losjes: “Klopt, ook al omdat de teksten kort, wervend en overtuigend moeten zijn. Na mijn zoekwoorden-onderzoek herschreef ik haar webteksten. Haar website is nu klant- en zoekmachine-optimaal. Bovendien scoort ze meer offerte-aanvragen.

Vlees en lucht
‘Ik doe in vlees’ zei de gebruinde man met zwarte krullen. Lachend voegde hij er aan toe: ik heb namelijk een uitzend- en detacheringsbureau’. ‘En wat doe jij?’ vroeg hij me vervolgens. Mijn standaardgrapje ‘Liefst zo weinig mogelijk’ haalde ik dit keer niet van stal. Om net zo gevat als hem over te komen antwoordde ik: ‘Ik doe in lucht’. Ook ik liet toen enkele seconden stilte vallen. Daarna vertelde ik hem dat ik dagelijks commerciële teksten schrijf. En dat ik dus geen tastbaar product heb maar als het ware lucht verkoop. ‘Zou je eens naar mijn website willen kijken?’ was zijn volgende vraag. ‘Want ik kan lekker commercieel babbelen maar het schrijven van echt goede teksten lukt me niet. En anderen binnen mijn bureaus helaas ook niet’. Zijn webteksten waren inderdaad niet goed, maar inmiddels wel.

1-0 voor
Aan de zijlijn van een voetbalclub in mijn woonplaats Soest kwam het gesprek op e-mailings en teksten. ‘Ik geloof niet in e-mail nieuwsbrieven.’ ‘Ik ook niet’ antwoordde ik direct’. Eraan toevoegend: ‘Ik wéét dat ze werken. Iedereen zegt dat-ie er zo veel krijgt en ze nooit leest. Maar uit internationaal onderzoek blijkt elk jaar opnieuw dat een e-mail nieuwsbrief nog steeds het meest effectieve communicatiemiddel is dat aantoonbaar bijdraagt aan verkoop. Maar de e-mailing moet wel kort, krachtig en boeiend zijn.’ Wervend voegde ik er aan toe: ‘Laat dat nou net mijn specialisme zijn.’ Ze hebben trouwens net gescoord, we staan met 1-0 voor.’ Drie weken later belde de man, eigenaar van een drietal administratiekantoren, mij bijna juichend op omdat zijn e-mail nieuwsbrief met mijn teksten hem drie serieuze prospects had opgeleverd.

Liftgesprek
Beleefd als ik ben liet ik de zakenman-in-pak netjes voorgaan toen we als enigen de lift instapten. Ik drukte op knopje 7. Op die verdieping moest hij ook zijn. ‘Toevallig niet ook naar de netwerkmeeting?’ vroeg ik losjes. ‘Toevallig wel’, antwoordde hij gevat. En wilde vervolgens weten wat ik voor de kost doe. Eén seconde overwoog ik te zeggen ‘creatieve copywriter en conceptontwikkelaar’. Gelukkig bedacht ik net op tijd dat dat nogal vaag is. Ferm zei ik daarom: ‘ik ben tekstschrijver, copywriter zo je wilt, gespecialiseerd in webteksten voor MKB-bedrijven. ‘Dan weet je zeker veel van zoekwoorden? was zijn volgende vraag en ik bevestigde dat. Het schrijven van goeie en lekker korte teksten is niks voor mij want dat kost me zo enorm veel tijd. Ik ben meer van de techniek’ kreeg ik als reactie. Net wilde ik zeggen: ‘Besteed het dan uit. Aan mij bijvoorbeeld’. Maar de liftdeuren sprongen open en we stapten de gang in. Hij is trouwens nu al zo’n 8 jaar een gewaardeerde klant van me.